Nederland is een dichtbevolkt en dichtbebouwd land, ook in vergelijking tot de andere landen van de Europese Unie. Op een relatief klein oppervlak biedt het ruimte aan tal van concurrerende functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, recreatie en natuur. Zelfs het Nederlands Continentaal Plat kent een intensief gebruik, met overlappende ruimteclaims.
Om die verschillende ruimteclaims te kunnen accommoderen, hebben Nederlanders door de eeuwen heen polders drooggelegd en woeste gronden ontgonnen om het aantal hectaren bruikbaar areaal uit te breiden. Daarmee is in Nederland veel bruikbaar areaal bijgekomen. Daar tegenover staat dat we de laatste jaren worden geconfronteerd met juist een beperking van het voor bebouwing beschikbare areaal. Denk bijvoorbeeld aan de Vogel- en Habitatrichtlijnen of de Kaderrichtlijn Water die door de Europese Unie worden opgelegd.
Bijna éénderde van de ruimte in Nederland is de afgelopen eeuw van gebruiksvorm veranderd. Van de beschikbare ruimte, neemt de landbouwsector nog steeds verreweg het grootste deel in beslag. Wel is dit landbouwareaal de afgelopen decennia in omvang enigszins afgenomen. Vooral de functies wonen en werken hebben terrein gewonnen op landbouw. De ontwikkeling van de Nederlandse ruimte wordt zo vooral gekenmerkt door een explosieve uitbreiding van het bebouwde gebied.