Prognoses

Niet-westerse allochtone bevolking



afbeelding vergroten

Niet-westerse allochtone bevolking

In 2005 woonden in Nederland 1,7 miljoen niet-westerse allochtonen. Van de afzonderlijke herkomstgroeperingen zijn Turken met bijna 360 duizend personen getalsmatig het sterkst vertegenwoordigd, gevolgd door Surinamers (330 duizend) en Marokkanen (bijna 320 duizend). Antillianen en Arubanen zijn van de vier grote niet-westerse herkomstgroeperingen met circa 130 duizend personen veruit het kleinst in aantal. De hier genoemde groepen vormen twee derde van alle niet-westerse allochtonen. De overige niet-westerse allochtonen tellen ruim 560 duizend personen 

De motieven voor de komst van de eerste generatie niet-westerse allochtonen naar Nederland lopen sterk uiteen. De immigratie uit Turkije en Marokko bestaat voor een belangrijk deel uit gezinsvormers en gezinsherenigers. Uit landen als Afghanistan en Irak zijn de laatste jaren veel asielzoekers gekomen. De migratie uit China bestaat voor een belangrijk deel uit studenten.

In 2025 telt Nederland volgens de nationale allochtonenprognose 2,2 miljoen niet-westerse allochtonen. Hun aandeel in de totale bevolking zal hiermee toenemen van 10% in 2005 naar 13% in 2025. Deze toename betreft vooral de tweede generatie, vooral van de bevolkingsgroepen die zich al wat langer in Nederland bevinden.

Provincies

Niet-westerse allochtonen wonen vooral in de westelijke provincies (zie grafiek). Momenteel hebben Zuid-Holland en Flevoland het hoogste aandeel niet-westerse allochtonen en staat Noord-Holland op de derde plaats. In deze provincies is ongeveer een zesde van de inwoners van niet-westerse herkomt. De hoge aandelen in Zuid- en Noord-Holland zijn vooral toe te schrijven aan Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, waar 60% van de niet-westerse allochtonen woont. In Flevoland woont 70% van de niet-westerse allochtonen in Almere. In de provincie Utrecht is 11% van de bevolking van niet-westerse herkomst. Iets minder dan de helft daarvan woont in de stad Utrecht. In de overige provincies ligt het aandeel niet-westerse allochtonen onder het landelijk gemiddelde.

De groei van het aantal niet-westerse allochtonen in de komende twintig jaar leidt tot een vrij gelijkmatige toename van het aandeel in de verschillende provincies met ongeveer drie procentpunt. Alleen Flevoland springt er uit. Daar stijgt het aandeel van 17 naar 22 procent. Flevoland wordt daarmee de provincie met het hoogste percentage niet-westerse allochtonen, Zuid-Holland zakt naar de tweede plaats.

Gemeenten 2005

De eerste kaart toont duidelijk dat niet-westerse allochtonen in 2005 vooral in de Randstad woonden, in het bijzonder in de grote steden. Amsterdam telde in dat jaar het grootste aantal met bijna 255 duizend. In Rotterdam lag het aantal met 210 duizend beduidend lager, terwijl in Den Haag en Utrecht 150 duizend en ruim 55 niet-westerse allochtonen woonden. Uitgedrukt als percentage van de bevolking bezette Rotterdam echter de eerste plaats met bijna 35%, op korte afstand gevolgd door Amsterdam (34%) en Den Haag (32%). In Almere wonen inmiddels ruim 40 duizend niet-westerse allochtonen, 24% van de totale bevolking. Andere voorbeelden van gemeenten met een getalsmatig sterke vertegenwoordiging van niet-westerse allochtonen zijn Eindhoven, Tilburg, Arnhem, Enschede en Zaanstad. De samenstelling van de niet-westerse bevolking in deze gemeenten verschilt overigens sterk. Zo wonen in Enschede naar verhouding veel Turken en in Tilburg meer Marokkanen en Antillianen. Surinamers zijn relatief sterker vertegenwoordigd in Almere en in de drie grote steden.

Naast de grote gemeenten zijn er ook verscheidene kleinere gemeenten met een hoog aandeel niet-westerse allochtonen. Deels heeft dit te maken met suburbanisatie. Dit verschijnsel komt niet meer alleen voor onder autochtonen, maar de laatste jaren ook nadrukkelijk onder (niet-westerse) allochtonen. Dit is duidelijk zichtbaar in de relatief hoge percentage niet-westerse allochtonen in de verschillende groeikernen, zoals Almere, Lelystad, Capelle aan den IJssel en Zoetermeer. Zo is de trek van Amsterdamse Surinamers naar Almere de laatste jaren in aantal even groot als die van autochtone Amsterdammers.

Gemeenten 2025

In 2025 (tweede kaart) is sprake van grote regionale veranderingen ten opzichte van de situatie in 2005. Momenteel zijn nog vooral geïsoleerde kernen met een hoog percentage niet-westerse allochtonen zichtbaar. De suburbanisatie van niet-westerse allochtonen leidt ertoe dat in twintig jaar tijd deze kernen van hoge concentratie zich gaan uitbreiden over de aangrenzende gemeenten. Zo zullen rond de vier grote gemeenten zones ontstaan met hoge percentages niet-westerse allochtonen. Ook bij Arnhem, Tilburg en Groningen is sprake van een sterke overloop naar de randgemeenten.

In de toptien wat betreft het percentage niet-westerse allochtonen is in 2025 de afstand tussen de topdrie en de rest zeer klein geworden. Na de drie grote steden, waar de niet-westerse allochtonen een aandeel van 31 tot 32 procent hebben, bezet Schiedam met 29% de vierde plaats. Schiedam wordt gevolgd door Diemen (28%) en Almere (28%). De stijging met 4 procentpunt in Almere betekent een toename van 40 duizend niet-westerse allochtonen in 2005 naar ruim 70 duizend in 2025. In Zaanstad, de nummer zeven in de toptien, zal zowel het percentage niet-westerse allochtonen sterk stijgen (van 15 naar 24) als het aantal (van ruim 20 duizend naar bijna 40 duizend).